
Wet bodembescherming
Artikel 10
1
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van de bodem regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van handelingen waarbij als nevengevolg stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem geraken.
2
Hiertoe kunnen behoren regels met betrekking tot:
a
het toepassen van gladheidsbestrijdingsmiddelen;
b
het met bij die maatregel aan te geven stoffen behandelen van voorwerpen, ten einde oppervlaktelagen daarop aan te brengen of daarvan te verwijderen;
c
het bewerken van voorwerpen, waarbij bij die maatregel aan te geven stoffen vrijkomen.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.